De Nederlandse overheid gaat verder met een controversieel contract dat gekoppeld is aan DigiD, het nationale digitale identiteitssysteem van Nederland, ondanks groeiende zorgen dat een geplande Amerikaanse overname van een belangrijke aanbieder gevoelige burgergegevens aan buitenlandse invloed zou kunnen blootstellen.
In het middelpunt van het geschil staat Solvinity, het infrastructuurbedrijf dat systemen host die verbonden zijn met DigiD. Eind 2025 kondigde het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl plannen aan om Solvinity over te nemen, wat direct leidde tot politieke tegenreactie en privacyzorgen binnen Nederland.
DigiD wordt door meer dan 16 miljoen Nederlandse burgers gebruikt om toegang te krijgen tot overheidsdiensten, waaronder belastingsystemen, zorginstellingen, pensioenfondsen, gemeentelijke registers en werkloosheidsuitkeringen. Omdat het platform fungeert als de belangrijkste digitale identiteitsgateway van het land, stellen critici dat buitenlandse controle over infrastructuur die aan DigiD is gekoppeld, nationale veiligheids- en privacyrisico’s kan creëren.
Tegenstanders van de deal vrezen dat als Solvinity onder Amerikaans eigendom valt, het bedrijf onderworpen kan worden aan Amerikaanse wetten die Amerikaanse autoriteiten mogelijk toegang tot opgeslagen gegevens kunnen opvragen. Privacyvoorstanders en Nederlandse wetgevers hebben ook zorgen geuit dat kritieke diensten theoretisch verstoord kunnen worden door externe druk op de infrastructuurleverancier.
De controverse heeft geleid tot meerdere rechtszaken tegen de Nederlandse regering. Een groep burgers, journalisten en technologie-experts probeerde de contractverlenging in de rechtbank te stoppen, met het argument dat de overheid de overeenkomst moest uitstellen totdat een Nederlands of Europees alternatief is gevonden.
Een van de meest prominente critici is Pieter van Oordt, de voormalige Chief Privacy Officer bij Logius, de Nederlandse overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor DigiD. Van Oordt waarschuwde publiekelijk voor de privacy-implicaties van de overname en startte later juridische stappen tegen de staat nadat hij naar verluidt zijn functie had verloren.
Ondanks de bezwaren oordeelde een Nederlandse rechtbank deze week in het voordeel van de regering, waardoor de contractverlenging met Solvinity kon doorgaan. Rechters zeiden dat er binnen twee weken een gedetailleerde uitspraak zou worden gepubliceerd.
Nederlandse functionarissen stellen dat het verlengen van de overeenkomst noodzakelijk is om de continuïteit van de overheidsdiensten te waarborgen. Minister Eric van der Burg zei dat het wisselen van provider vóór augustus 2026 ernstige operationele risico’s zou opleveren en de stabiliteit van de DigiD-infrastructuur zou kunnen bedreigen.
De beslissing van de overheid komt te midden van bredere Europese zorgen over technologische afhankelijkheid van Amerikaanse cloudproviders en digitale infrastructuurbedrijven. In Nederland en andere EU-landen hebben wetgevers en instellingen steeds vaker aangedrongen op “digitale soevereiniteit”-initiatieven die gericht zijn op het verminderen van de afhankelijkheid van Amerikaanse technologiebedrijven.
De voorgestelde overname wordt nog beoordeeld door het Nederlandse Investment Assessment Office, dat evalueert of de deal nationale veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Afhankelijk van de uitkomst kunnen de Nederlandse autoriteiten nog steeds ingrijpen en mogelijk de overname blokkeren.
Voorlopig lijkt de Nederlandse regering echter bereid te blijven vertrouwen op infrastructuur die binnenkort mogelijk onder Amerikaans eigendom valt, ondanks toenemende politieke druk en publieke bezorgdheid over de controle over een van de meest gevoelige digitale systemen van het land.
