De Nederlandse overheid heeft het Amerikaanse technologiebedrijf Kyndryl geblokkeerd om Solvinity over te nemen, de hostingprovider achter het nationale identiteitsplatform DigiD in Nederland, dat door meer dan 16 miljoen burgers wordt gebruikt. Functionarissen noemden zorgen over nationale veiligheid en gegevenssoevereiniteit als de belangrijkste redenen om de deal te stoppen.
Het besluit werd aangekondigd door de Nederlandse minister van Digitale Economie en Soevereiniteit Willemijn Aerdts na een beoordeling door het Investment Assessment Office (BTI), het agentschap dat verantwoordelijk is voor het evalueren van buitenlandse aankopen die de nationale veiligheid kunnen beïnvloeden. Volgens de minister concludeerden onderzoekers dat de overname risico’s kon vormen voor het Nederlandse publieke belang.
Kyndryl, een in de VS gevestigd IT-infrastructuur- en managed services-bedrijf dat in 2021 werd afgesplitst van IBM, kondigde plannen aan om Solvinity eind 2025 over te nemen. Het voorstel leidde al snel tot tegenreactie van Nederlandse politici, cybersecurity-experts, privacyvoorvechters en maatschappelijke organisaties die zich zorgen maakten over buitenlandse controle over kritieke digitale infrastructuur.
DigiD fungeert als het primaire digitale authenticatiesysteem van Nederland en wordt veel gebruikt voor toegang tot overheidsdiensten, waaronder belastingaangiften, gezondheidszorgsystemen, pensioenvoorzieningen, gemeenten, werkloosheidsuitkeringen en beveiligde communicatie binnen de publieke sector.
Critici van de overname stelden dat het overdragen van de controle over Solvinity aan een Amerikaans bedrijf gevoelige Nederlandse burgergegevens onder Amerikaanse juridische jurisdictie onder de CLOUD Act zou kunnen blootstellen. De wet staat Amerikaanse autoriteiten toe om Amerikaanse bedrijven te verplichten toegang te verlenen tot gegevens, zelfs als die gegevens buiten de Verenigde Staten worden opgeslagen.
Privacyvoorstanders en technologie-experts waarschuwden ook dat de overname strategische afhankelijkheidsrisico’s met betrekking tot kritieke nationale infrastructuur kan creëren. Sommige tegenstanders beschreven DigiD als een mogelijke “kill switch” omdat verstoring van het platform de communicatie met belangrijke openbare diensten en instellingen zou kunnen beïnvloeden.
De voorgestelde overname werd eerder dit jaar politiek controversieel nadat Nederlandse parlementsleden moties aannamen waarin de regering werd opgeroepen in te grijpen. Coalitiepartijen, waaronder VVD, D66 en CDA, verzetten zich publiekelijk tegen de verkoop en betoogden dat de strategische digitale infrastructuur onder Nederlandse of Europese controle moest blijven.
Er werden ook verschillende juridische uitdagingen gestart om de transactie te stoppen. Journalisten, privacyorganisaties en technologieonderzoekers spanden rechtszaken aan tegen de Nederlandse staat, terwijl Logius-privacyfunctionaris Pieter van Oordt publiekelijk campagne voerde tegen de overname voordat hij naar verluidt uit zijn functie werd ontslagen.
Kyndryl reageerde door kritiek te leveren op het besluit van de Nederlandse regering, waarbij ze zei dat zij “uiterst teleurgesteld” was en betoogde dat de overname de capaciteiten van Solvinity zou versterken en de Nederlandse burgers zou hebben bevoordeeld. Het bedrijf beweerde ook dat het te goeder trouw met Nederlandse autoriteiten had samengewerkt tijdens het beoordelingsproces.
Nederlandse functionarissen benadrukten dat de beslissing niet specifiek gericht was op Amerikaanse bedrijven. Minister Aerdts verklaarde dat het beoordelingsproces “landneutraal, risicogebaseerd en proportioneel” was, terwijl hij herhaalde dat Nederland waarde hecht aan buitenlandse technologieinvesteringen.
