De Zweedse gegevensbeschermingsautoriteit heeft geoordeeld dat beveiligingsgigant Securitas werknemers onwettig heeft gemonitord via camerasystemen die in bedrijfsvoertuigen zijn geïnstalleerd, en oordeelt dat de surveillance de privacyregels schond en verder ging dan wat noodzakelijk was voor zakelijke doeleinden.
De beslissing volgt op een onderzoek naar hoe Securitas cameratechnologie gebruikte in zijn wagenpark. Toezichthouders concludeerden dat het bedrijf persoonlijke gegevens van chauffeurs verzamelde en verwerkte op een manier die niet voldeed aan de Zweedse en Europese gegevensbeschermingseisen.
Volgens de waakhond namen de camera’s continu chauffeurs op en legden ze persoonlijke informatie vast terwijl medewerkers hun dagelijkse taken uitvoerden. Onderzoekers ontdekten dat het niveau van monitoring een buitensporige inbreuk op de privacy van werknemers veroorzaakte en niet voldeed aan de proportionaliteitsnormen die vereist zijn onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De zaak draaide om de vraag of Securitas een legitieme reden had om zulke uitgebreide beelden te verzamelen en of minder ingrijpende maatregelen dezelfde veiligheidsdoelstellingen hadden kunnen bereiken.
Hoewel het bedrijf betoogde dat de camera’s bedoeld waren om de verkeersveiligheid te verbeteren, incidenten te onderzoeken en werknemers en bedrijfsactiva te beschermen, oordeelden toezichthouders dat de monitoringspraktijken verder gingen dan wat nodig was om die doelen te bereiken.
Privacyvoorstanders hebben al lange tijd zorgen geuit over het groeiende gebruik van bewakingssystemen in de cabine in bedrijfsvoertuigen. Moderne vlootbeheerplatforms kunnen camera’s, locatietracking, monitoring van het bestuurdersgedrag en kunstmatige intelligentietools bevatten die bewegingen, aandachtsniveaus en andere activiteiten achter het stuur kunnen analyseren.
Voorstanders van dergelijke technologieën stellen dat ze helpen om ongevallen te verminderen, de rijopleiding te verbeteren en bewijs te leveren bij geschillen of verzekeringsclaims. Critici waarschuwen echter dat voortdurende monitoring een werkomgeving kan creëren waarin werknemers zich continu bekeken voelen, wat aanzienlijke zorgen oproept over privacy en gegevensbescherming.
De uitspraak draagt bij aan een bredere Europese discussie over werkpleksurveillance en de beperkingen waarmee werkgevers te maken hebben bij het monitoren van personeel via verbonden technologieën. Toezichthouders in de hele EU hebben het gebruik van camera’s, biometrische systemen, productiviteitsmonitoringstools en locatievolgtechnologieën op de werkplek steeds kritischer onder de loep genomen.
Volgens de AVG moeten werkgevers aantonen dat gegevensverzameling noodzakelijk, proportioneel is en wordt ondersteund door een geldige juridische basis. Organisaties worden ook verwacht dat ze gegevensverzameling minimaliseren en ervoor zorgen dat medewerkers adequaat geïnformeerd zijn over hoe monitoringsystemen werken.
De uitspraak van Securitas herinnert er opnieuw aan dat initiatieven op de werkplek met surveillancetechnologieën zorgvuldig moeten worden afgewogen tegen de privacyrechten van werknemers. Bedrijven die monitoringsystemen inzetten, kunnen te maken krijgen met regelgevende maatregelen als autoriteiten vaststellen dat het verzamelen van persoonsgegevens buitensporig of ongegrond is.
De toezichthouder heeft corrigerende maatregelen bevolen en benadrukt dat organisaties die voertuiggebaseerde monitoringtechnologieën gebruiken, er vanaf het begin voor moeten zorgen dat privacyoverwegingen in het systeemontwerp zijn opgenomen.
